Hieronder volgt de car-story of my life, mijn leven en werk vertaald in auto’s, en vooral in Saabs; van de 1,86 miljoen kilometers die ik gereden heb is 80%, meer dan 1,6 miljoen kilometers, in Saabs geweest
Ik zit meer uren in mijn auto dan dat ik wakker thuis ben! Als je het omrekent tegen een gemiddelde van 60 km. per uur zit ik al meer dan 20.000 uur in auto’s. Sinds ik eigen auto’s heb rijd ik gemiddeld 35.000 km per jaar
De Amerikaanse filosoof Ivan Ilich heeft ooit uitgerekend dat als je ging lopen in plaats van autorijden, dat dat uit kon: in de tijd dat je liep en niet hoefde te werken om je auto te betalen kwam je waar je moest wezen. Met andere woorden: ga lekker lopen en doe de auto de deur uit: gezonder en je verliest geen tijd.
als ik echt tijd te veel heb ga ik dat boek nog eens opzoeken en met deze feitelijke cijfers erbij uitzoeken.
Ik ga het verhaal in stukjes en beetjes plaatsen, het is vooral auto georiënteerd, met uitstapjes naar maatschappelijke observaties en eigen belevenissen
Het betreft 4 grote delen:
1. De periode dat ik te jong was om een eigen auto te hebben
2. De periode dat ik geen Saabs reed (ongeveer 250.000 kilometer)
3. De periode dat ik Saabs reed (ongeveer 978.000 kilometer)
4. En wat daarna?
Zoals je ziet, bijna 1 miljoen Saab-kilometers, in 900 Classics, 9000’s en een 9-5.
De vraag is of ik de 1 miljoen haal: ik heb me voorgenomen een Tesla S te gaan bestellen, en die is vanaf maart 2013 leverbaar. Dat zou net het moment zijn dat het miljoen eraan komt. Als de 9-5 NG elektrisch zou worden zou ik natuurlijk Saab blijven rijden!
Ik heb helaas weinig foto’s, maar compenseer dat door de linkjes
Deel 1: nog geen eigen auto
Ik heb altijd veel gereden, meestal niet in standaard-auto’s (de Opels, Fords en Volkswagens van deze wereld).
Allereerst maar ’s even waarin ik opgegroeid ben. Mijn ouders hebben twee kevers
gehad (de FP-30-30 en de 44-18-AL), allebei wit, met schuifdak, waarin we heel Europa rond gereden zijn (met 5 kinderen!).In 1964 is mijn moeder alleen met de kinderen naar Venetië op vakantie geweest (mijn vader zat voor zijn werk in Maleisië), in de kever, maar wel een stuk met de autoslaaptrein. Maar dan nog, als moeder met een stoet kinderen van Milaan naar Venetië, in een tijd zonder snelwegen, zonder veel voorzieningen; wat een prestatie.
Mijn ouders waren overigens wel iets gewend, qua autorijden, want het jaar daarvoor hadden we een jaar in de USA gewoond, waar we de trotse eigenaren waren van een Plymouth suburban

(helaas niet deze, deze staat te koop en als ik de staatsloterij win komt ie hier naar toe), een loeier van een auto, drie banken, twee vooruit, één achteruit, ideaal met 5 kinderen; overigens in 1957 al met elektrische ramen, ook de achterruit!
Voor ons als kinderen had ze de bijnaam Bella.
Na die twee kevers volgden 2 Renaults 6 en daarna 2 Citroëns GS. Mijn ouders zijn altijd nogal trouw in hun keuzes geweest (ook voor elkaar, meer dan 60 jaar getrouwd geweest)
In die tweede Renault 6 heb ik mijn eerste rijkilometers gemaakt (en een tikkeltje schade veroorzaakt )
Ik heb gelest in een BMW 1602 op LPG en ben in één keer geslaagd. Wel 30 lessen gehad.
We spreken over 1974.
De allereerste keer dat ik autoreed nadat ik mijn rijexamen had gehaald heb ik meteen een forse schade gemaakt:
We waren met de eindexamenklas van onze school na het eindexamen en voor de diplomauitreiking een paar dagen gaan kamperen in de Drunense Duinen (een soort springbreak nog voordat dat bestond).
We zijn heen en terug gaan fietsen, maar de tenten moesten opgehaald worden (iemand anders had ze gebracht).
Dus heb ik een busje gehuurd (een Ford Transit) en ging met twee klasgenoten de bagage ophalen. Bij de aankomst bij school draaide ik iets te vroeg de bocht in door de schoolpoort, en heb de hele zijkant opengescheurd. Fl 700 schade!! (onverzekerd uiteraard, dus iedereen 15 gulden lappen)!
In 1976 of 1977, dat weet ik niet precies meer, ging mijn oudste zus op vakantie naar Portugal. Zij en haar man en twee kleine kinderen hadden een Mini. Mijn ouders waren die zomer in Indonesië en stelden voor dat zij de Citroën GS meenamen.
We hebben toen het volgende bedacht:
Mijn zus en haar man namen de Citroën mee naar Portugal. Ze gingen met de autoslaaptrein van Parijs naar Lissabon. Die reed toen nog en nu helaas niet meer; een geweldig fenomeen: je reed naar Parijs, leverde je auto in, die ging vooruit naar Hendaye, waar de auto’s overgeladen moesten worden (Spanje heeft een andere spoorbreedte dan Frankrijk). Zelf vertrok je pas de volgende ochtend (avondje Parijs verkennen, ook nooit weg), en de ochtend daarna was je in Lissabon. Uitgerust, lekker eten in de trein! Helaas, deze autoslaaptrein bestaat niet meer.
Na drie weken gingen wij met vier volwassenen in de Mini dezelfde route volgen: naar Parijs, in de autoslaaptrein. In Lissabon ruilden we de auto’s: zij met de Mini terug en wij verder met de GS.

Dit was het Portugal een paar jaar na de Anjer-revolutie. De eerste ervaring in Lissabon op weg naar de camping, door de bidonvilles, de krottenwijken, veel mensen uit Angola en Mozambique, huisjes van tentdoek, golfplaat en bittere armoe, maar ook een extreem gastvrij land: we kwamen in een dorpje aan, vroegen in het lokale kroegje waar we de tent op mochten zetten en kregen van mensen te horen dat we wel bij hen thuis mochten blijven slapen.
En vervolgens panne: we reden met de GS door een diepe kuil: lekke band.
Dan is een GS een prachtige auto: vering in hoogste stand, en band verwisselen is een fluitje van een cent. We hebben de band laten plakken: inclusief het weer op de auto zetten van de gerepareerde band, totale kosten: 1 gulden.
Criminaliteit: midden op het grootste plein van Lissabon, het Praça do Comercio, is de auto opengebroken (poging de autoradio eruit te jatten, mislukt). Wij aangifte doen bij de politie. Krijgen we 6 maanden later een brief –in het Portugees- dat de aangifte niet tot vervolg heeft geleid.
Portugezen rijden overigens met een groot geloof in God: hij beschermt je wel, dus waarom zou je die langzaam rijdende auto voor je niet inhalen, bergop en voor de bocht. Dat is in al die jaren niet veranderd; ik ben vele malen in Portugal geweest, vooral in het midden en soms in de Algarve, het is een heerlijk en prachtig land, waar lieve en gastvrije mensen wonen, die nu vreselijk zuchten onder de crisis, maar autorijden is niet hun fort.
In de jaren die volgden was ik student, zonder veel geld, maar met een vriendin wier moeder een eigen autootje had, een Citroën Dyane, een rode.
Bij de vakanties mochten we die altijd lenen en zijn met die auto heel Frankrijk doorgetrokken (je kent dat wel: driebaanswegen (nee, geen 2x driebaans-snelwegen, maar gewoon, in totaal 3 banen), voor je rijdt een vrachtwagen, die gaat een andere vrachtwagen inhalen en jij gaat, op een licht omhooghellende weg, die twee vrachtwagens inhalen (met een auto met 32 pk, met twee mensen en veel bagage erin). Dan komen over de top van de helling je wat auto’s tegemoet: twee vrachtwagens die elkaar inhalen, en een personenauto op de derde baan. Ik leef in ieder geval nog.
In 1979 heb ik m’n eerste auto gekocht, maar dat hoort onder deel 2


